Rechtbank zet Kerkraadse moeder uit ouderlijk gezag

Auteur
Redactie

De rechtbank Limburg heeft een Kerkraadse moeder het ouderlijk gezag van haar zoon ontnomen. De zoon, die al negen jaar niet meer bij zijn moeder woont en ruim drie jaar op vrijwillige basis bij pleegouders is ondergebracht, was blij dat kinderrechter C. Drent deze beslissing nam. 

De pleegouders stelden voor de rechtbank dat de moeder, die in haar eentje het ouderlijk gezag voerde, haar verplichtingen niet nakomt. De zoon had daar veel last van. De pleegouders moesten steeds haar toestemming vragen voor het regelen van belangrijke zaken. Het was steevast pas na herhaaldelijk aandringen en tussenkomst van pleegzorgmedewerkers, gemeente en andere instanties dat de moeder bereid was haar medewerking te verlenen.

De zoon, die binnenkort meerderjarig wordt, ondervond niet alleen nadelige praktische gevolgen van het niet nakomen van financiële verplichtingen door de moeder, maar hij had ook veel psychische en lichamelijke klachten ten gevolge van de stress en onzekerheid over het gedrag van de moeder. Een van de vele voorbeelden die de pleegouders gaven was dat de zoon onnodig een half jaar op de wachtlijst voor therapie bij GGZ Lionarons stond, omdat de moeder weigerde haar toestemming voor de therapie te verlenen.

De zoon heeft te vaak moeten ervaren dat de moeder niet betrouwbaar is, legde ad advocaat uit. Zo heeft zij spaargeld van hem achter gehouden, waardoor hij zijn rijbewijs nog niet heeft kunnen halen. De advocaat van de pleegouders en de zoon legden de rechter uit dat hij bang is dat hij niet bij de pleegouders en de pleegbroertjes kan blijven wonen als er niets verandert, omdat ook de pleegouders veel spanning en stress ervaren van de gezagsuitoefening door de moeder.

Opmerkelijk is dat de Raad voor de Kinderbescherming bij de rechter uitlegde geen gronden te zien voor het verrichten van een onderzoek en het vervolgens indienen van een verzoek om de moeder het ouderlijk gezag te ontnemen. De Raad zegt nooit een melding van de gemeente te hebben gekregen dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging met betrekking tot de zoon.

De rechter was duidelijk in haar oordeel. "De moeder laat het stelselmatig en al jarenlang na om belangrijke zaken voor de zoon te regelen. De moeder is een half jaar lang zelfs in het geheel niet bereikbaar geweest voor hulpverleners, de zoon of de pleegouders waardoor er in die periode helemaal niets voor de zoon geregeld kon worden. De rechtbank acht het triest dat het telkens zoveel moeite moet kosten om de noodzakelijke medewerking van de moeder te verkrijgen. De rechtbank heeft de indruk dat bij de moeder niet zozeer sprake is van onwil, maar wel van onmacht. De rechtbank vindt het tekenend dat de moeder zich in deze procedure niet verweerd heeft en niet ter zitting is verschenen."

De rechter vervolgt: "Niet alleen wordt de zoon hierdoor belemmerd in praktische zin: zo heeft hij een heel schooljaar lang geen laptop en fiets tot zijn beschikking gehad en heeft hij geen toegang gehad tot zijn spaargeld en geen bankrekening, maar met name levert het telkens uitblijven van moeders toestemming voor de zoon heel veel onzekerheid op." De rechtbank besloot beide pleegouders tot voogd te benoemen.

Justitia
Fotograaf
Pixabay