Hoop en tragedies tijdens oorlog in Voerendaal

Auteur
Marcel Neven

Zef Voncken (1933) geboren en getogen aan de Vrenkeweg 2, kan prachtig verhalen over de Tweede Wereldoorlog vertellen. De familie Voncken had een pikzwarte Groenendaler, genaamd Ajax, als waakhond. Deze hond was afgericht en had dienstgedaan bij de grenspolitie van Vaals. De “pensionado” kwam bij de familie Voncken in dienst. Elke dag haalde hij de krant en de post op en legde deze netjes op de keukentafel. Hij had meer bijzondere kwaliteiten. Als er Duitse vliegtuigen in aantocht waren, sloeg hij aan en blafte erop los. Waren Engelse of Amerikaanse vliegtuigen in de lucht, dan bleef hij rustig! 

Bevrijding
Ubachsberg werd op zaterdag 16 september bevrijd. Op zondagmorgen 17 september 1944 zag Zef Voncken tot zijn verbazing hoe een Duitse motorordonnans, zwaaiend met een revolver, een fietser op de Bergseweg sommeerde om te keren. De nietsvermoedende Duitser werd enkele minuten later door een Amerikaan van zijn motor geschoten in de bocht Schoolstraat/Kerkstraat.

Noodlottig ongeluk
Na de bevrijding stonden op de locatie van de huidige boerderijwinkel Spee Amerikaanse amfibievoertuigen, bewaakt door leden van de binnenlandse strijdkrachten. In huize Voncken was het schaftlokaal en vond de aflossing plaats. Een van die bewakers, Piet van Meer, kwam tijdens de aflossing noodlottig om het leven door een op tafel liggend ontgrendeld geweer dat plotseling afging. 
Op de Bergseweg kwam een losgeraakte kerosinetank tollend uit de lucht vallen. Op de tank was een Mariabeeldje aangebracht, dat tijdens de landing losraakte. Hierbij raakte godzijdank niemand gewond.

Gevaarlijke projectielen
Hubert Voncken vond in het veld een achttal handgranaten en legde die thuis op de keukentafel: “Trees kiek ins wat ich gevonge han”. Zoon Frans, de jonge koster, kwam thuis en schrok zich kapot en drukte iedereen op het hart om niet aan het touwtje te trekken en de projectielen meteen in te leveren bij politieagent Pisters. Hubert Voncken was als schiethouwer op de staatsmijn Emma aan explosief materiaal gewend. Het gevaar van de granaten had hij hierdoor onderschat. 
Een knecht van boer Kerckhofs uit De Dael vond in de Putberg een heel “nest” Duitse granaten. Hij ontgrendelde het gevaarlijke “speeltuig” en gooide het van een talud af waarna het spul ontplofte. Gelukkig liep dit goed af. 

Voedselvoorziening
Achter huize Voncken werd door de Amerikanen een gaarkeuken ingericht. Het eten wat over was, kreeg het gezin Voncken. Niemand leed op deze manier honger. Op een gegeven moment lagen alleen maar eierschalen in de kippenren. Een Amerikaan werd ontmaskerd als eierdief. Hij slurpte elke dag de rauwe eieren leeg.
Hubert Voncken had twee lammetjes gekocht voor de slacht. Plotsklaps verscheen controleur Hub Hamers van de crisiscontroledienst ten tonele om de voorraden op te nemen. Zoon Sjeng verstopte de lammetjes achter de mesthoop en hield ze de bek dicht. 

Kattekwaad
De zes gebroeders Voncken haalden ook in de oorlog kattenkwaad uit. Er werden 86 merels gevangen met de vogelknip (val) en losgelaten in het vleeskamertje waar ze alle kostbare sjinken en worsten bescheten. 
Leo Voncken, Jan Souren en Piet Maessen hadden fosforpoeder van blindgangers (niet ontplofte granaten) verzameld in een kartonnen huls. Met stro werd een lont gemaakt en aangestoken. Een enorme steekvlam was het gevolg, gelukkig raakte niemand gewond.
Zef en zijn vrienden Zef en Wiel Pessers mochten na de oorlog lid van de fanfare worden. Dus werd alvast de processiemars geoefend in de moestuin tussen de erwtenstruiken. Om de Bronkweg breed genoeg te maken, werd een rij erwten gerooid. Vervolgens ging Wiel Pessers voorop met een juttezak als vaandel en de twee Zef’s erachter. Om orde te handhaven, moest Hubert Voncken regelmatig de leren riem hanteren.

Sjeng Haesen (1928) groeide op in de Kerkstraat op Ubachsberg. Ondanks zijn leeftijd van 92 jaar functioneert zijn geheugen nog feilloos. Na zijn lagereschooltijd werd hij boerenknecht. Dat betekende lange werkdagen van 4.30 uur ‘s morgens tot ca. 19.30 uur. Werkweken van 80 uur waren normaal. Bovendien waren sommige boeren gierig. Zo deed een boerin in de schaftruimte van meiden en knechten het licht uit met de opmerking “Dur vingt dur mond och in der duuster”.

Crisiscontroledienst
Tijdens de oorlog werkte Sjeng bij boer Roijen op de kasteelhoeve Wittem. Sjeng werd tijdens het koeienmelken bij boer Roijen gecontroleerd door Hendrik Hetterscheidt van de crisiscontroledienst. Deze zag toe dat hij de koe helemaal leegmolk, zodat geen melk voor de zwarthandel kon worden gebruikt.
Bij het dorsen was controleur Houppermans (CCD) aanwezig. Toch werden een aantal zakken onder het stro verstopt. De controleur was hiervan op de hoogte en kneep een oogje dicht. ‘s Avonds kwam hij terug om zijn aandeel op te halen. Ondanks de lange werkdagen, vond Sjeng toch nog tijd om op zijn bariton te blazen, die op het zolderkamertje boven z’n bed hing.

De bevrijders op komst
In het Wittemse klooster was een Duits lazaret gevestigd. De paters vingen daardoor veel Duitse informatie op. Bovendien hadden ze een geheime radio. Was er een razzia voor de “Arbeitseinsatz” dan werd de bevolking ingelicht. Na de invasie op 6 juni ‘44, kwam een pater bij boer Roijen op fluistertoon melden “Ze zijn geland… in Normandië!”
Kasteel Wittem werd gevorderd voor Duitse officieren. Op de hoeve werden 150 soldaten gelegerd. De hele boerderij was ingesloten door Duitse voertuigen. De koeien konden nauwelijks de melkstal te bereiken. Begin september ‘44 steeg de spanning op de boerderij. De Duitsers vorderden jonge mannen om loopgraven te maken. 

De knechten sliepen gekleed onder het stro of in de boomgaard. Toen het te gevaarlijk werd, mocht Sjeng van boer Roijen naar huis en zo vertrok Sjeng met de bariton op z’n rug naar Ubachsberg. Het lazaret in het klooster werd gesloten en de Duitsers trokken massaal over de rijksweg terug naar Aken.
Een Wittems meisje had tijdens de oorlog een verhouding met een Duitser. Na de bevrijding papte ze aan met een Amerikaan. Een pater alarmeerde de MP (Militaire politie), die voerde de moffenmeid onder hevig protest af.

Boerderij Houbiers
Op Ubachsberg was Sjeng werkzaam bij boer Houbiers. Tijdens de oorlog was de boerderij tussen 12.00 en 13.30 uur niet toegankelijk. Er werd dan naar radio Oranje geluisterd. De boer had twee radio’s, alleen de oudste werd ingeleverd. 
Door de bevrijding, de evacuatie van Kerkrade en het onderbrengen van de Amerikanen, was van het bietenrooien in oktober ‘44 nog niets terecht gekomen. Louis Houbiers kreeg een inval en stelde aan zijn broer Leo voor om een aantal geïnterneerde NSB’ers daarvoor aan te trekken. Zogezegd, zo gedaan. 
Louis toog naar het bewaringskamp bij kasteel “Rivieren”, en kwam enkele uren later de Bergseweg op met veertig NSB’ers, begeleid door twee bewapende leden van de OD (Ordedienst), Wiel Habets en Guus Muijtjens. De veertig NSB’ers gingen aan de slag en trokken elk twee rijen bieten uit. Toen was de klus geklaard en lagen de bieten allemaal “gestrekt”. Sjeng was aanwezig om de bieten te “koppen”(van bladeren ontdoen). Na afloop deelde hij Amerikaanse sigaretten uit aan de tewerkgestelden. 
Boerin Houbiers verzorgde de maaltijd en kwam met een grote ketel zuurkool en een kom compôte (grove appelmoes) aanzetten. Dit ontlokte de OD-mannen de opmerking “Die zunt murge allemoal aan dur sjiet”. Er ontstond een lossere sfeer. Enkele NSB’ers daagden de bewakers uit met de opmerking: “Door dit open veld kunnen we gemakkelijk ontsnappen”. Als antwoord schoot Guus Muijtjens met zijn geweer in de berm, na die knal was het meteen heel stil. 

Dodelijk ongelukken
Na de bevrijding verongelukten twee vrienden van Sjeng, Rene Jacobs en Sjeng Widddershoven, op de Wittemer Allee door een verdwaalde brisantbom. Ook de familie van Sjeng kreeg een tragedie te verwerken. In de Gulper-Del woonde Sjengs oom en tante, Hub en Tiny Meijs. Zijn oom vond een steelgranaat en zei tegen zijn vrouw, die gebruiken we als aardappelstamper. Zogezegd zo gedaan. Dochter Antje trok aan het touwtje van de granaat, gevolg een hevige knal. Oom, tante en Antje raakten ernstig gewond en stierven enkele dagen later, acht kinderen bleven zonder ouders achter. 

Zef Voncken