Slimme smoesjes hielden tijdens oorlog de controleur op afstand

Auteur
Marcel Neven

In 1900 liet Hoofd der school Jan Willem Emonds De Kruishof bouwen, met veldbrandsteen gewonnen uit een groeve nabij Colmont. De hoeve werd in 1935 gekocht door huis- en mijnarts Cornelis Willemse. Vanaf 1937 waren Harry en Anna Steinbusch-Schnackers, met hun gezin van tien kinderen, de pachters van de afgelegen hoeve in het veld achter Colmont. 

Duitse bezetting

Pierre Steinbusch (1937) kan het een en ander vertellen over het ‘wel en wee’ op de boerderij, tijdens de Duitse bezetting van ‘40-‘45. ‘s Nachts bij bombardementen werd de waterleiding afgezet, bang dat ze bij een voltreffer tijdens hun slaap in de schuilkelder zouden verdrinken.
Op de hoeve was geen stroom. Pas in 1947 werd deze aangesloten op het stroomnet van de PLEM, met name om de melkmachine te laten functioneren. 

Voordien werd de hoeve van stroom voorzien met dieselmotoren en accu’s. Petroleumlampen zorgden voor de verlichting. In de oorlog werd stiekem naar Radio Oranje geluisterd. De radioaccu werd opgeladen op de boerderij van Harrie Ubaghs op Mingersborg. Daarbij stond altijd iemand op de uitkijk om bij onraad alles meteen te verstoppen. 

Verstopt graan

Bij het graandorsen onder toezicht van een controleur van de CCD (Crisis Controledienst) werd een storing aan de dorskast voorgewend. Terwijl iedereen daarop geconcentreerd was, kon ondertussen graan illegaal worden verstopt. Met de meelmolen werd dezelfde truc toegepast. De familie Steinbusch heeft daardoor tijdens de oorlog geen honger geleden.
Op een dag zaten een aantal Duitsers tegenover de hoeve bij een stromijt te schransen (gulzig te eten). De vrijlopende waakhond, een Mechelse herder genaamd Prins, rook dit en met zijn jachtinstinct sloop hij naderbij en griste de worst voor een soldaat weg. Die brulde gelijk “Du Schweinhund, ich schiesse dich kaput”. “Das machen wir nicht,” zei zijn commandant. De hond wist zich “van de prins geen kwaad” en peuzelde de gebietste Bratwurst lekker op.

Clandestien slachten

Slager Joep Bemelmans van Ubachsberg was de huisslachter van de familie Steinbusch. In het geheim slachten gebeurde altijd ‘s nachts. Joep heeft menige “Nacht Sjicht” gedraaid. 
Ging er een varken “kapot” dan moest dat gemeld worden bij de gemeente, die dan de destructor stuurde. Als de destructor aankwam op de Kruishof, ging boer Harry met hem naar de schuur waar het “dode varken” lag. Tot “verbazing” van de boer was dit verdwenen. Waarschijnlijk door vossen of honden weggesleept. De waarheid was dat het varken inmiddels clandestien was geslacht en verwerkt tot worst. Van de gemeente kregen ze bericht dat kadavers voortaan op het eigen erf begraven dienden te worden.

In de grensstreek bij Slenaken hadden ze daar het volgende op gevonden. Ging in Slenaken een kalf dood, dan werd dat netjes gemeld bij de gemeente en bij de boerderij begraven. ’s Nachts werd het kalf weer opgegraven op de schouders genomen en door de bossen naar een boer in het Belgische Teuven gesmokkeld. Daar werd het kalf voor de 2e keer als dood opgegeven en ondertussen slachtte de boer een van zijn eigen kalveren. Deze truc herhaalde zich soms wel 4 keer. De smokkelboer ontving voor zijn dode kalf fl. 100,--.

Op ieder bedrijf met vee moest ook een veeboekje aanwezig zijn, waarin alle veranderingen in de veestapel werden aangetekend (geboorte, aflevering, sterfte). Deze boekjes werden regelmatig gecontroleerd door de controleurs van de CCD.

Onderduikers

De twee zonen Fer en Paul van dokter Willemse studeerden aan de Universiteit van Utrecht. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, zaten ze met hun vriend Sjaak Huurmans van mei ‘43 tot het einde van de oorlog ondergedoken op de Kruishof. Daar waren ze redelijk veilig en konden ze meewerken op de boerderij. Door de ligging van de boerderij in het open veld, kon men ongewenste gasten op tijd waarnemen en onderduiken.

Tegen het einde van de oorlog waren op de Kruishof drie ontsnapte Franse krijgsgevangenen verzeild geraakt. Harry Steinbusch verstopte ze in een hooimijt. Harry was rond het middaguur naar hen op weg met een kan koffie en een mandje met brood. Aangehouden door de Duitsers zei Harry dat hij zijn knechten van proviand ging voorzien. Helaas werden de Fransen verraden door een NSB’er en gearresteerd door de Duitse Sicherheits Dienst.

Bevrijding 16 september 

Door de oorlog had Pierre niet op de kleuterschool gezeten. Begin september ‘44 ging hij naar de eerste klas. Na zes dagen school sloot deze weer. De bevrijding was op komst, gevolgd door de evacuatie van Kerkrade. Noodgedwongen maakte Pierre zijn sommetjes op de deur van de koestal.

De familie Steinbusch had de vleeskist op de graanzolder verstopt. Kort voor de bevrijding waren de Duitsers constant op zoek naar eten. Terwijl Harry de Duitsers aan de praat hield, verstopte Anna de sjinken (hammen) en worsten in het hooi.

De Duitsers op de Kruishof gingen ervan uit dat de Amerikanen vanaf Fromberg kwamen en hadden langs een heg een loopgraaf aangelegd. De Amerikanen kwamen echter via het Colmonderbos. De eerste tank die om 12.00 uur het erf van de Kruishof opdraaide, kreeg direct een voltreffer op de koepel van Duits geschut, dat opgesteld stond op de Bergseweg. De Amerikaanse soldaat 1e klas Robert Robinson sneuvelde ter plaatse, sergeant Gilmer werd lichtgewond door een granaatscherf. Een volgende tank werd ook geraakt aan de toren, sergeant Sechman werd zwaargewond aan zijn hoofd.

Even voordat de Amerikanen op de Kruishoeve aankwamen, verbleven daar nog vier Duitse soldaten. Harry Steinbusch raadde hen aan zich over te geven. De jongste ging hierop in. De overigen vertrouwden het niet (“die Amerikaner schiessen uns kaputt”). Ze vluchtten en kwamen even later door een landmijn om het leven, gelegd door hun eigen landgenoten. Op de Vrakelberg sneuvelden acht Duitse soldaten. 
Voor hun opmars door Duitsland oefenden de Amerikanen in het Ransdalerveld. Om onnodige slachtoffers te voorkomen werd de bevolking gewaarschuwd. Niemand mocht dat gebied betreden.

Na de bevrijding werd de weg van Colmont naar Ubachsberg helemaal kapotgereden door Amerikaanse tanks. Daarom werd een ‘noodweg’ aangelegd vanaf Colmont door akkers en weilanden naar de Boeregats (Minnegardsweg) op Ubachsberg. De boeren zorgden met karren kiezel, zand en puin voor de verharding.

Boer Borghans ploegde in het stokveld achter de Kruishof een fosforbom op. Hij stopte het fosforpoeder in zijn zak. Door de wrijving vat deze vlam, waarbij hij zijn hand hevig verbrand. Thuis gekomen, smeerde zijn zus de hand in met “zeem” (stroop) zodat er geen lucht meer bij kon komen. Zo ging hij op weg naar de huisarts. In mei 1945 kwam boer Borghans door een ongelukkige val van de “sjlaagskar” om het leven.

tekst Marcel Neven
marcel.neven@ziggo.nl 
Werkgroep Ubachsberg
Heemkunde Voerendaal

Harry en Anna Steinbusch-Schnackers (1937)